Hendrik Kegels

#

Microlepidoptera | WinterZone

Over de kracht van verbeelding; het grote mysterie van kleine en dagelijkse dingen. Dingen die we niet opmerken omdat ze zo vanzelfsprekend lijken, maar die daardoor juist zo bijzonder zijn.

Een ode aan het alledaagse wil Hendrik Kegels maken. “Dat kan van alles zijn: een gevallen boomblaadje, een sneeuwvlok, een snoeppapiertje of een kiezelsteen. In elk geval iets waar we normaal achteloos aan voorbij lopen.” Laten we er voor het gemak even van uitgaan dat het de kiezelsteen gaat worden. “Het lijkt me heel fijn om dat steentje dan op een museale manier te presenteren. Het vanzelfsprekende zo laten spreken dat het pakweg twintig minuten de aandacht van de mensen weet vast te houden. Dat vergt toewijding van mij en van het publiek.”

Zijn voorstelling is te zien zijn december 2018 bij theatergezelschap Het Laagland in Sittard. Daar is hij terechtgekomen via de talentmakelaardij van VIA ZUID. “Het fijn om in een tijd dat je als maker nog zoekende bent mensen te hebben die vertrouwen in je hebben. VIA ZUID stimuleert op een redelijk ongedwongen manier. Ze kijken naar wie jij bent, wilt zijn en proberen vanuit dat idee zo goed mogelijk te helpen.”

Naam

Hendrik Kegels

Jaar

2018

Samenwerking

Het Laagland & VIA ZUID


Presentatie

WinterZone 27 t/m 30 december tijdens Wèntjerdruim te Sittard


Meer info

Hendrik op Facebook

#

foto Viktoryia Shydlouskaya

Hendrik Kegels

Hendrik Kegels (Antwerpen, 1996), laatstejaars aan de performance-opleiding van de Maastrichtse Toneelacademie, wil iets van de kinderlijke verwondering terugbrengen. “Een kind kijkt naar de wolken en ziet een konijn of wat anders. Een volwassene kijkt en denkt: ‘Dat zijn wolken. Die ken ik al.’ Onze blik verliest helaas het vermogen om steeds weer met flink wat nieuwsgierigheid te observeren.” Le petit prince van Antoine de SaintExupéry is het lievelingsboek van Kegels.

Wezenlijk voor elke theatermaker, eigenlijk voor elk mens. “We zijn allemaal kind geweest met het bijbehorende vermogen tot verwonderen, maar geen volwassene herinnert het zich nog.” Fantasie is iets heel belangrijks, vindt de theatermaker. “In het onderwijs wordt het vaak afgeleerd. Een kind dat bijvoorbeeld zegt dat het God gaat tekenen, krijgt te horen dat het dat helemaal niet kan, omdat het niet weet hoe God eruitziet. In mijn voorstelling ga ik graag tegen die neiging in door het publiek uit te dagen. Vijftig procent van een stuk zien ze echt voor zich. Vijftig procent moet in het hoofd van het publiek zelf worden ingevuld. De kracht van suggestie, dat vind ik mooi. De fantasie vereren in de hoop dat we naar een wat fantasievollere samenleving toegroeien.”